Draagtips

VOOR JE EIGEN VEILIGHEID EN DIE VAN JOUW BABY, VERWIJZEN WIJ NAAR BESTAANDE HANDLEIDINGEN, VOORBEELDEN EN UITLEG BESCHIKBAAR OP HET INTERNET.
JE KAN VOOR BEGELEIDING OOK TERECHT BIJ EEN DRAAGCONSULENT(E) VOORALEER JE EEN BABYDRAAGDOEK BEGINT TE KNOPEN.

Ergonomisch dragen in een draagdoek.
De M-houding en de ronde rug.

De meest natuurlijke houding voor een baby is de M-houding: de knietjes zitten hoger dan het zitvlak. Als je een baby’tje optilt zie je meteen dat hij deze positie zal aannemen: beentjes gespreid en knietjes opgetrokken.
De heupen en de rug worden ontlast en er wordt op deze manier bijgedragen aan een correcte ontwikkeling van de heupen.
Het is essentieel dat de doek van knieholte tot knieholte wordt uitgespreid. Een draagdoek volgt ook de bolling van de rug. Een baby wordt geboren met een bolle ruggengraat. Deze ontwikkelt zich stap voor stap tot een S door het zitten, kruipen en lopen.
Wanneer je je doek strak genoeg knoopt zorgt dit voor een goede ondersteuning van het ruggetje. Trek de doek ook mooi glad zodat er geen plooitjes meer over de rug lopen.
Ook bij grotere kinderen moeten we erop letten dat de rug voldoende ondersteund is. Als ze gaan slapen dan ontspannen de spieren zich en dan is ook hier een goede ondersteuning van belang.

 

Draag je kindje steeds rechtop.

Een kindje is gemaakt om te dragen. We behoren als mens dan ook tot de draaglingen (denk aan apen, koala’s, kangoeroes…) Ook in de grijpreflex vind je dit terug.
Door je kindje rechtop te dragen zorg je ervoor dat hij goed kan ademen. In de wieghouding zit hij meer ineen gedoken zodat de ademhaling wordt belemmerd. Rechtop heeft het kindje ook meer bewegingsvrijheid en zorg je ervoor dat je kindje op de correcte manier (M-houding) wordt gedragen.

Draag je kindje steeds met zijn of haar gezichtje naar je toe.

Enkel wanneer je kindje met het gezicht naar je toe zit kan het op een comfortabele en ergonomische manier gedragen worden in de draagdoek. De beentjes moeten om het lichaam van de drager kunnen zitten om zo de correcte M-houding en de ronde rug te verkrijgen.
Een kindje weet in vele situaties nog niet hoe het moet reageren. Daarom imiteert hij vaak het gedrag van de ouders. Hierdoor leer hij stap voor stap omgaan met nieuwe situaties. Daarom is het ook belangrijk dat het gedragen kindje contact kan maken met het gezicht van de persoon die hem draagt. Wanneer je kindje met zijn gezicht van je weg is gedraaid, kan hij onmogelijk jouw gezicht bestuderen en imiteren. Daarom kunnen nieuwe situaties heel wat stress voor je kindje meebrengen en beangstigend over komen.
Daarnaast wordt een baby overspoeld door nieuwe indrukken van buitenaf. Die nieuwe indrukken moet hij allemaal zien te verwerken. De toestroom van deze indrukken naar je kindje toe beperken kan hierbij helpen. Door je kindje met zijn gezicht naar je toe te dragen, scherm je je kindje al voor een heleboel indrukken af. Daarnaast kan je kindje op deze manier zich zelf ook afschermen en veiliger voelen, wanneer het voor hem eventjes teveel wordt.

 

betty0_largeTips om van het dragen een succesverhaal te maken.

Neem je tijd om het knopen van een draagdoek aan te leren. De eerste pogingen zullen misschien niet onmiddellijk lukken: je bent gespannen en je kindje merkt dit en neemt de spanning over maar stap voor stap krijg je meer vertrouwen en kan je op een ontspannen manier knopen.

Ben je niet helemaal zeker, vraag dan de hulp van een draagconsulente. Stap voor stap geven ze je tips en persoonlijk advies over hoe je je draagdoek het beste gebruikt.
Je begint het beste te dragen vanaf de geboorte. Als mama zijn je spieren dan nog voldoende ontwikkeld om wat extra gewicht te dragen. Hou rekening met je eigen lichaam en hun het de nodige rust na een geboorte. Je bekkenbodem moet zich nog herstellen. Knoop daarom hoog en strak genoeg. Zo belast je je bekkenbodem het minst.
Ook na een keizersnede kan je snel starten met het dragen van je kindje. Luister naar je eigen lichaam. Dragen in een draagdoek is steeds minder belastend voor het lichaam dan dragen op de arm.
Start je later met dragen, begin dan met enkele minuten per dag te dragen. Zo past niet alleen jouw lichaam zich aan het dragen aan, maar wordt het dragen ook langzaam geïntroduceerd bij je kindje.
Probeer het knopen eerst uit met een grote pop of beer. Zo leer je eerst de techniek goed onder de knie te krijgen. Heb je de techniek beet, probeer dan met je kindje. Zorg ervoor dat je kindje goed is uitgeslapen, tevreden is, een propere luier om heeft en geen honger heeft. Zo voorkom je onnodige stress.
Maak gebruik van een spiegel bij het knopen van je doek en vraag eventueel hulp aan je partner, vriend(in), familielid. Zo voel je je misschien een stuk veiliger tijdens de eerste knooppogingen.
Blijf zelf rustig bij het knopen van je doek. Een baby voelt heel goed aan hoe zijn mama of papa zich voelt. Ben je zelf gestresseerd, dan zal je kindje deze stress ook ervaren. Je kan je kindje tijdens het knopen kalmeren door er tegen te praten, of zachtjes te wiegen.
Zorg ervoor dat de draagdoek strak genoeg is geknoopt. Een geweven draagdoek moet je telkens maar één maal knopen om er uren draagplezier aan te beleven. Hoe dichter je kindje tegen je aan zit hoe beter zijn gewicht wordt verdeeld over jouw lichaam. Zo voorkom je rugproblemen bij de drager. Je kindjes zit strak genoeg in de doek als je het gevoel hebt dat je je kindje niet meer moet ondersteunen.
Kleed je kindje aan naar de juiste omstandigheden. Een draagdoek vervangt ongeveer 1 laag kledij. Zorg ervoor dat de beentje en voetjes van je kindje goed bedekt zijn. Deze zitten meestal niet in de doek. Extra beenwarmers en slofjes of schoentjes kunnen hierbij helpen. Kleine kindjes verliezen het meeste warmte via het hoofdje. Zorg dus telkens dat hun hoofdje goed bedekt blijft met een mutsje of hoedje. Vergeet bij zonnige dagen ook je kindje niet in te smeren. Niet alle delen van je kindjes lichaam zijn bedekt bij het dragen.
De juiste positie van je kindje is cruciaal om ergonomisch te dragen (zie boven):
  • Reeds vanaf de geboorte mogen kindjes rechtop worden gedragen. Zorg wel voor voldoende ondersteuning van de rug en het nekje.
  • Draag je kindjes steeds met zijn gezicht naar je toe.
  • Als je kindje in de juiste positie zit, dan is zijn ruggetjes steeds licht gerond
  • De knietjes van je kindje moeten hoger zitten dan het zitvlak. (M-houding)
  • De juiste hoogte om je kindje te dragen is die hoogte waar je gemakkelijk een kusje kan geven op het hoofdje van je kindje.
  • Heeft je kindje speciale behoeften, raadpleeg dan eerst de behandelende arts en een draagconsulente voordat je begint met dragen.
Het dragen van je kindje moet niet alleen leuk, aangenaam en handig zijn, maar ook veilig.

mockingbird_sorbet_2_largeVeiligheidstips

Zorg bij het dragen ervoor dat je steeds een hand vrij hebt, om indien nodig toch je kindje te kunnen beschermen of te ondersteunen.
In de auto, op de fiets of bromfiets hoort een kindje in een aangepast zitje te zitten. Je kindje dragen in een draagdoek in de auto op de fiets of bromfiets is dan ook in vele landen verboden.
Als je je kindje draagt heb je je handen vrij om andere zaken te doen. Blijf echter steeds letten op de veiligheid van je kindje. Pas vooral op bij warmtebronnen. Koken terwijl je je kindje draagt is af te raden.
Gebruik je draagdoek veilig en verantwoordelijk !